|
Jarige Jetje zou trakteren
Jarige Jetje zou trakteren alle meisjes van de klas
Jetje had wat uitgekozen waar ze zelf zo dol op was
Ulevellen bracht ze mee, ieder kreeg er minstens twee
Ulevellen bracht ze mee, ieder kreeg er minstens twee
Maar jawel, een stroom van vriendinnen kwam ons Jetje
tegemoet
Met de allerbeste wensen werd de jarige begroet
En ze vroegen, nogal glad, wat of Jetje in 't zakje had.(bis)
Schipper mag ik overvaren?
Schipper mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan ook geld betalen, ja of nee?
Rijden, rijden in een wagentje
Rijden, rijden in een wagentje,
en als je dan niet rijden wilt,
dan draag ik je
Rijden, rijden in een wagentje,
en als je dan niet rijden wilt,
dan draag ik je.
Twee violen en een trommel en een fluit
Twee violen en een trommel en een fluit,
Want ... die is jarig en de vlaggen hangen uit.
Ei, ei ei, we zijn zo blij
Want .... die is jarig en dan vieren wij.
Hoera, hoera, is de koffie nog niet klaar
Nee, nee, nee, nee, geef dan maar een kopje thee
Hij/zij le-ee-ve, hij le-ee-ve, hij leve honderd jaar.
Honderd jaar in leven, honderd jaar in leven,
Honderd jaar in leven, in de gloria.
In de glo-o-ria, in de glo-o-ria.
Hieperderpiep HOERA!
In een blauw
geruite kiel
In een blauw geruite kiel
draaide hij aan 't grote wiel.
de ganse dag
Maar Michieltjes' jongens hart
leed ondragelijke smart.
Ach, ach, ach, ach, ach, ach, ach, ach
Als matroosje vlug en net,
Heeft hij voet aan boord gezet.
Dat hoorde zo
Naar Oost Indië, naar de West
Jongens dat gaat opperbest
Hojo, hojo, hojo, hojo!
Daar staat Hollands admiraal
nu een man van vuur en staal
De schrik der zee
't Is een ruiter naar de aard
Glorierijk zit hij te paard
Hoezee, hoezee, hoezee, hoezee!
De
Zilvervloot
Heb je van de zilveren vloot wel gehoord,
De zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaansche matten aan boord.
En appeltjes van Oranje!
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot:
Die heeft gewonnen de zilveren vloot,
Die heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot.
Zei toen niet Piet Hein, met een aalwarig woord:
"Wel jongetjes van Oranje!
Kom klim'reis aan dit en dat Spaanseboord,
En rol me de matten van Spanje!
Refrein
Klommen niet de jongens als katten in 't want,
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze sloegen de Spanjers wel duchtig te schand,
Ze hoorden in Spanje het schreeuwen.
Refrein
Kwam er nu nog eenmaal zo een zilveren vloot,
Zeg zou je dan nog wel zo kloppen?
Of zou je je veilig en buiten schoot,
Maar stil in je hangmat stoppen?
WelHollands, Hollands bloed,
Dat bloed heeft nog wel moet
Al bennen ze niet groot, Al bennen ze niet groot:
ze zouden winnen de Zilvervloot,
Zij zouden winnen, ja winnen de Zilvervloot,
zij zouden winnen de Zilvervloot.
Knaapje zag een roosje staan
Knaapje zag een roosje staan
Roosje op de heide
' t Had zo'n keurig kleedje aan
Snel is hij er heen gegaan
't Was of het hem beide
roosje, roosje, roosje, rood
roosje op de heide
't Knaapje zei: ik pluk u af
Roosje op de heide
't Roosje zei: ik weer u af
En ik prik u voor uw straf
Wilt gij, dat ik u lijde
roosje, roosje, roosje, rood
roosje op de heide
En het wilde knaapje brak
't Roosje op de heide
't Roosje weerde zich en stak
Maar de knaap rukt van de tak
't Roosje op de heide
roosje, roosje, roosje, rood
roosje op de heide.
Alles in de wind
Alles in de wind,alles in de wind,
daar liep een schipperskind
Alles in de wind, alles in de wind,
daar liep een schipperskind
Kom hier Roza,
je bent Mn liefje, je bent Mn liefje,
Kom hier Roza,
je bent Mn liefje, ja, ja.
O, wat een pech, o, wat een pech
nu is Mn liefje weg
O, wat een pech, o, wat een pech
nu is Mn liefje weg
Kom hier Roza,
je bent een ander, je bent een ander,
Kom hier Roza,
je bent een ander, ja, ja.
Ginder op de brug, ginder op de brug,
daar vond 'k Mn liefje terug
Ginder op de brug, ginder op de brug,
daar vond 'k Mn liefje terug
Kom hier Roza,
je bent Mn liefje, je bent Mn liefje,
Kom hier Roza,
je bent Mn liefje, ja, ja.
Wie in januari geboren is
Wie in januari geboren is, sta op.
Wie in januari geboren is, sta op.
Wie in januari geboren is,
die krijgt van mij een gedachtenis.
Sta op, sta op, sta op.
Sta op, sta op, sta op.
Een karretje op de zandweg
Een karretje op de zandweg reed.
De maan scheen helder, de weg was breed.
Het paardje liep met lusten.
'k Wed dat het zelf zijn weg wel vindt.
De voerman lei te rusten,
Ik wens je wel thuis me vrind, me vrind,
Ik wens je wel thuis me vrind!
Een karretje reed langs berg en dal.
De nacht was donker, de weg was smal.
Het paard liep als met vleugels.
De sneeuwjacht zweept z'n ogen blind.
De voerman houdt de teugels.
Ik wens je wel thuis Mn vrind, me vrind,
Ik wens je wel thuis me vrind!
Een karretje keert behouden weer.
Het andere heeft er geen voerman meer.
Waar mag hij zijn gebleven ?
'k Wed dat je 'em op de zandweg vindt.
Of mogelijk wel daareven.
Hij komt niet weer thuis die vrind, die vrind,
Hij komt niet meer thuis die vrind!
Hoe
zachtjes glijdt ons bootje
Hoe zachtjes glijdt ons bootje
Daar op het spiegelend meer
De riempjes net en proper
Gaan luchtig op en neer
De golfjes kabbelen spelend
Al tegen 't bootje aan
En ginds zien wij de toren
In groene bosjes staan.
|