Zeg roodkapje
waar ga je henen
Zeg roodkapje waar ga je henen.
Zo alleen, zo alleen.
Zeg roodkapje waar ga je henen.
Zo alleen.
Ik ga naar grootmoeder koekjes
brengen.
In het bos, in het bos.
Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen.
In het bos.
In het bos zijn de wilde dieren.
In het bos, in het bos.
In het bos zijn de wilde dieren.
In het bos.
Ik ben niet bang voor de wilde
dieren.
Ben niet bang, ben niet bang.
Ik ben niet bang voor de wilde dieren.
Ben niet bang.
Ik zal eens zien of jij niet
bang bent.
Zal eens zien, zal eens zien.
Ik zal eens zien of jij niet bang bent.
Zal eens zien.
Pas maar op daar komt de wolf.
Pas maar op, pas maar op.
Pas maar op daar komt de wolf.
Pas maar op.
Ik ben niet bang voor de boze
wolf.
Ben niet bang, ben niet bang.
Ik ben niet bang voor de boze wolf.
Ben niet bang.
Dikke duim
Dikke duim, Dikke duim, waar ben
jij?
Hier ben ik, hier ben ik.
Goedendag, goedendag, goedendag.
Kleine hand, kleine hand, waar
ben jij?
Hier ben ik, hier ben ik.
Goedendag, goedendag, goedendag.
Hop, hop,
hop, paardje
Hop, hop, hop, paardje in galop.
Over hek en sloten henen maar
voorzichtig breek geen benen.
Hop, hop, hop, paardje in galop.
Hansje,
pansje kevertje
Hansje, pansje kevertje die klom
eens op een hek.
Neer viel de regen, die maakte hansje nat.
Op kwam toen het zonnetje die maakte hansje droog.
Hansje, pansje kevertje die kroop toen weer omhoog.
Olifantje in
het bos
Olifantje in het bos, laat je
mamma toch niet los.
Anders raak je de weg nog kwijt.
En dan krijg je later spijt.
Olifantje in het bos, laat je mamma toch niet los.
Het
regent het zegent
(3x
zingen)
Het regent het zegent, de
pannetjes worden nat.
Daar kwamen twee boerinnetjes, die vielen op hun kinnetjes.
Het regent het zegent, de pannetjes worden nat.
Helikopter
Helikopter
Helikopter, helikopter,
mag ik met jou mee omhoog?
Hoog in de wolken wil ik wezen.
Hoog in de wolken wil ik zijn.
Helikopter, helikopter.
Vliegen vind ik fijn.
Dit zijn mijn
wangentjes
Dit zijn mijn wangentjes, en dit
is mijn kin.
Dit is mijn mondje met tandjes erin.
Dit zijn mijn oortjes, mijn oogjes, mijn haar.
Nu nog mijn neusje en dan ben ik klaar.
A,B,C,D,E,F,G
A,B,C,D,E,F,G meester de jongens
nemen knikkers mee.
Stoute jongen, je mag niet klikken anders krijg je zeven tikken.
Meester ga gerust u gang, voor zo'n tik ben ik niet bang.
A,B,C,D,E,F,G meester de jongens nemen knikkers mee.
Stoute jongen, je mag niet klikken anders krijg je zeven tikken.
Meester ik zal niet klikken meer, want die tikken doen zo zeer.
Lekker eten,
lekker drinken
Lekker eten, lekker drinken.
Hap, hap, hap.
Slok, slok, slok.
Dat zal lekker smaken,
dat zal lekker smaken.
Eet maar op, drink maar op.
Er zat een
aapje op een stokje
Er zat een aapje op een stokje
achter moeders keukendeur.
Hij had een gaatje in zijn rokje en daar stak zijn staartje deur.
Hij had een ringetje aan zijn vingertje
en dat was van zuiver goud.
En toen dachten alle mensen dat het aapje was getrouwd.
Hop,
Marjanneke
Hop, Marjanneke, stroop in 't
kanneke,
laat de poppetjes dansen.
Gisteren was er een prins in 't land en nu die rare fransen.
Hop, Marjanneke, stroop in 't kanneke,
hop Marjanneke Jansen.
Hij wiegt het kind en roert zijn pap en laat zijn vrouwtje dansen.
Klein klein
kleutertje
Klein klein kleutertje, wat doe
je in mijn hof.
Je plukt er al mijn bloempjes af en maakt het veel te grof.
Ach, mijn lieve mamaatje zeg het niet tegen papaatje.
Ik zal zoet naar school toe gaan en de bloemetjes laten staan.
Drie
maal drie is negen
(4x
zingen)
Drie maal drie is negen, ieder
zingt zijn eigen lied.
Drie maal drie is negen en ...... zingt zijn lied.
En ........ moet een liedjes zingen, troelala, troelala.
En ........ moet een liedjes zingen troelala.
Twee handjes
op de tafel
Twee handjes op de tafel.
Twee handjes in de zij.
Twee handjes op je schouders,
op het hoofdje allebei.
Nu maken wij twee vuistjes,
zo stevig als maar kan.
Daar gaan we nu mee trommelen,
van je rommelde bommelde bom.
De duimpjes zijn de dikste,
de pinkjes zijn maar klein.
Nu moeten alles handjes,
weer vlug op het ruggetje zijn.
|