|
Zeg
ken jij de mosselman
Zeg ken jij de mosselman,
de mosselman, de mosselman.
Zeg ken jij de mosselman,
die woont in scheveningen.
Ja ik ken de mosselman,
de mosselman, de mosselman.
Ja ik ken de mosselman,
die woont in scheveningen.
Samen kennen wij de mosselman,
de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman,
die woont in scheveningen.
Altijd
is kortjakje ziek
(2x
zingen)
Altijd is kortjakje ziek.
Middenin de week maar zondags niet.
Zondags gaat ze naar de kerk met een boek vol zilverwerk.
Altijd is kortjakje ziek.
Midden in de week maar zondags niet.
Deze
vuist op deze vuist
(4x
zingen)
Deze vuist op deze vuist.
Deze vuist op deze vuist.
Deze vuist op deze vuist.
En zo klim ik naar boven.
Een
twee drie vier hoedje van
Een twee drie vier hoedje van.
Een twee drie vier hoedje van papier.
En als het hoedje dan niet past.
Zetten we 't in de glazen kast.
Een twee drie vier hoedje van papier.
Vader
jakob, Vader jakob
Vader jakob, vader jakob.
Slaapt gij nog, slaapt gij nog.
Alle klokken luiden, alle klokken luiden.
Bim bam bom bim bam bom.
Onder
moeders paraplu
(2x
zingen)
Onder moeders paraplu liepen
eens twee kindjes.
Hanneke en Janneke dat waren dikke vrindjes.
En de klompjes gingen van klik klak klik.
En de regen ging van tik tak tik.
Op moeders paraplu, op moeders paraplu.
Alle
eendjes zwemmen in het water
(2x
zingen)
Alle eendjes zwemmen in het
water.
Falderalderiere, falderalderare.
Alle eendjes zwemmen in het water.
Fal de ral de ral de ral de ra.
Er
was eens een vrouw
Er was eens een vrouw, die
koekenbakken wou en,
het meel dat wou niet rijzen en de pan viel om en de koeken waren krom.
En de man heet Jan van rijzen.
Witte
zwanen, zwarte zwanen
Witte zwanen, zwarte zwanen.
Wie gaat ermee naar Engeland varen
Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken.
Is er dan geen smid in het land, die de sleutel maken kan.
Laat doorgaan laat doorgaan.
Wie achter is moet voor gaan.
Poesje
mauw kom eens gauw
Poesje mauw kom eens gauw,
ik heb lekkere melk voor jou.
En voor mij rijstebrij.
Oh, wat heerlijk smullen wij.
Hondje blaf waf waf waf.
Blij jij van mijn lekkers af.
Deze koek is van mij.
Ook voor jou is er wat bij.
Kipje tok, tok tok tok.
Kom eens in mijn kippenhok.
Leg voor mij een lekker ei.
Oh, wat heerlijk smullen wij.
Er
liggen bolletjes in de grond te slapen
Er liggen bolletjes in de
grond te slapen,
te slapen er liggen bolletjes in de grond.
Overal in het rond.
Wakker worden, wakker worden.
Hoor de vogeltjes fluiten, hoor de vogeltjes zingen.
Zet de bloemetjes buiten.
Zagen,
zagen, wiedewiedewagen
Zagen, zagen, wiedewiedewagen.
Jan kwam thuis om een boterham te vragen.
Vader was niet thuis, moeder was niet thuis.
Piep, zei de muis in het voorhuis.
Clowntje
Piet
Clowntje piet heeft verdriet,
hij vertoont zijn kunsten niet.
Zijn ballon, die ging stuk, tjonge-jonge wat een ongeluk.
Toen kwam de circus directeur,
met een hele dikke buik.
En gaf clowntje piet een nieuwe ballon....
Boemretteketet, boemretteketet,
Clowntje kan weer lachen.
Boemretteketet, boemretteketet, Clowntje heeft weer pret.
Ik
stond laatst voor een poppenkraam
Ik stond laatst voor een
poppenkraam, oh oh oh.
Daar zag ik mooie poppen staan, zo zo zo.
De poppenkoopman ging op reis,
de poppen raakten van de wijs.
Ze deden allemaal zo.
Ze deden allemaal zo.
Ze deden allemaal zo.
|