Kinderliedjes Pagina 3

Zeg ken jij de mosselman 

Zeg ken jij de mosselman,
de mosselman, de mosselman.
Zeg ken jij de mosselman,
die woont in scheveningen.
Ja ik ken de mosselman,
de mosselman, de mosselman.
Ja ik ken de mosselman,
die woont in scheveningen.

Samen kennen wij de mosselman,
de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman,
die woont in scheveningen.

 

Altijd is kortjakje ziek
        (2x zingen)

Altijd is kortjakje ziek.
Middenin de week maar zondags niet.
Zondags gaat ze naar de kerk met een boek vol zilverwerk.
Altijd is kortjakje ziek.
Midden in de week maar zondags niet.

 

Deze vuist op deze vuist
        (4x zingen)

Deze vuist op deze vuist.
Deze vuist op deze vuist.
Deze vuist op deze vuist.
En zo klim ik naar boven.

 

Een twee drie vier hoedje van

Een twee drie vier hoedje van.
Een twee drie vier hoedje van papier.
En als het hoedje dan niet past.
Zetten we 't in de glazen kast.
Een twee drie vier hoedje van papier.

 

Vader jakob, Vader jakob

Vader jakob, vader jakob.
Slaapt gij nog, slaapt gij nog.
Alle klokken luiden, alle klokken luiden.
Bim bam bom bim bam bom.

 

Onder moeders paraplu
        (2x zingen)

Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes.
Hanneke en Janneke dat waren dikke vrindjes.
En de klompjes gingen van klik klak klik.
En de regen ging van tik tak tik.
Op moeders paraplu, op moeders paraplu.

 

Alle eendjes zwemmen in het water
            (2x zingen)

Alle eendjes zwemmen in het water.
Falderalderiere, falderalderare.
Alle eendjes zwemmen in het water.
Fal de ral de ral de ral de ra.

 

Er was eens een vrouw

Er was eens een vrouw, die koekenbakken wou en,
het meel dat wou niet rijzen en de pan viel om en de koeken waren krom.
En de man heet Jan van rijzen.

 

Witte zwanen, zwarte zwanen

Witte zwanen, zwarte zwanen.
Wie gaat ermee naar Engeland varen
Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken.
Is er dan geen smid in het land, die de sleutel maken kan.
Laat doorgaan laat doorgaan.
Wie achter is moet voor gaan.

 

Poesje mauw kom eens gauw

Poesje mauw kom eens gauw,
ik heb lekkere melk voor jou.
En voor mij rijstebrij.
Oh, wat heerlijk smullen wij.

Hondje blaf waf waf waf.
Blij jij van mijn lekkers af.
Deze koek is van mij.
Ook voor jou is er wat bij.

Kipje tok, tok tok tok.
Kom eens in mijn kippenhok.
Leg voor mij een lekker ei.
Oh, wat heerlijk smullen wij.

 

Er liggen bolletjes in de grond te slapen

Er liggen bolletjes in de grond te slapen,
te slapen er liggen bolletjes in de grond.
Overal in het rond.
Wakker worden, wakker worden.
Hoor de vogeltjes fluiten, hoor de vogeltjes zingen.
Zet de bloemetjes buiten.

 

Zagen, zagen, wiedewiedewagen

Zagen, zagen, wiedewiedewagen.
Jan kwam thuis om een boterham te vragen.
Vader was niet thuis, moeder was niet thuis.
Piep, zei de muis in het voorhuis.

 

Clowntje Piet

Clowntje piet heeft verdriet, hij vertoont zijn kunsten niet.
Zijn ballon, die ging stuk, tjonge-jonge wat een ongeluk.

Toen kwam de circus directeur, met een hele dikke buik.
En gaf clowntje piet een nieuwe ballon....

Boemretteketet, boemretteketet, Clowntje kan weer lachen.
Boemretteketet, boemretteketet, Clowntje heeft weer pret.

 

Ik stond laatst voor een poppenkraam

Ik stond laatst voor een poppenkraam, oh oh oh.
Daar zag ik mooie poppen staan, zo zo zo.
De poppenkoopman ging op reis,
de poppen raakten van de wijs.
Ze deden allemaal zo.
Ze deden allemaal zo.
Ze deden allemaal zo.