Kinderliedjes Pagina 1

Tussen Keulen en Parijs 
(2x zingen)

Tussen Keulen en Parijs.
Ligt de weg naar Rome.

Al wie met ons mee wil gaan.
Die moet onze manieren verstaan.

Zo zijn onze manieren.
Zo zijn onze manieren.
Zo zijn onze manieren manieren.
Zo zijn onze manieren.    

 

In Den Haag daar woont een graaf 
            (2x zingen)    

In Den Haag daar woont een graaf.
En zijn zoon heet jantje.
Als je vraagt waar woont je pa,
dan wijst hij met zijn handje.
Met zijn vingertje en zijn duim.
Op zijn hoed draagt hij een pluim.
Aan zijn arm een mandje.
Dag mijn lieve jantje.

 

Op een klein stationnetje 

Op een klein stationnetje
'S morgens in de vroegte.
Stonden zeven wagentjes netjes op een rij.
En het machinistje draaide aan het wieletje.
Hakke hakke puf puf
Weg zijn wij.

 

Groen is gras, groen is gras  

Groen is gras, groen is gras onder mijnen voeten.
'K heb verloren mijn beste vriend,
waar zal ik hem zoeken.
Hé daar, plaats gemaakt voor die jonge dame.
En de koekoek op het dak zingt een lied op zijn gemak.
O, mijn lieve augustijn, deze dame zal het zijn.

 

In de maneschijn  

In de maneschijn, in de maneschijn.
Klom ik op een trapje naar het raamkozijn.
En je raadt het niet, en je raadt het niet.
Zo doet de vogel en zo doet een vis.
Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is.

En van je Eén, en van je twee.
En dat is dikke dikke tante kee.
En dat is recht en dat is krom.
En nu draaien we het wieltje nog een om.
Rombom

 

Kaatje ben je boven?  

Kaatje ben je boven?
Ja mevrouw!
Wil je wat beloven?
Goed mevrouw.
Tien pond suiker, vijf flessen wijn.
Wat zullen we vanavond vrolijk zijn.
Doe dat in een keteltje, roer dat met een lepeltje.
O wat zal dat lekker zijn. (2x)

 

Moriaantje zo zwart als roet  
        (2x zingen)

Moriaantje zo zwart als roet
Ging eens wandelen zonder hoed
En de zon scheen op zijn bolletje
Daarom droeg hij een parasolletje

Toen hij thuis voor het eten kwam
Kreeg hij lekker een boterham
Maar hij luste toen niet meer
Want zijn bolletje deed zo zeer

 

In een groen knollenland  

In een groen groen knollen knollenland
Daar zaten twee haasjes heel parmant
En de één die blies de fluiter fluiter fluit
En de ander sloeg de trommel

Toen kwam opeens een jager jagerman
En die heeft er een geschoten
En dat heeft toen naar men denken
denken kan, de ander zeer verdroten

 

Hoofd, schouders, knie en teen  

Hoofd, schouders, knie en teen , knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen , knie en teen.
Oren, ogen puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen , knie en teen.

 

Twee emmertjes water halen  

Twee emmertjes water halen.
Twee emmertjes pompen.
De meisjes op de klompen.
De jongens op de houten been.
Rij maar door mijn poortje heen.

Van je ras ras ras rijdt de
Koning door de plas.
En van je voort voort voort rijdt.
de koning door de poort
En van je erre erre erre rijdt de koning
door de kerk.
Van je een twee drie.

 

Er zit een klein zigeunermeisje  

Er zit een klein zigeunermeisje huilend op een steen.
Huilend, huilend, de hele dag alleen.
Sta op zigeunermeisje, droog je traantjes af.
En kies een kindje uit de kring, dat dansen met je mag.
La la la la la enz.

 

Klop klop hamertje  

Klop klop hamertje, en is er niemand thuis?
Er is nog een oud vadertje, die is alleen in huis.
Wat zou dat vadertje eten? Kaas en brood.
Wat zou dat vadertje drinken? Water uit een sloot.

 

We maken een kringetje  

We maken een kringetje van jongens en van meisjes.
We maken een kringetje van tralala.
Maak nu een buiging, maak nu een buiging.
Bij de hand, bij de hand.
Pak je vriendje bij de hand.
Bij de hand, bij de hand.
Pak je vriendje bij de hand.

 

Wie gaat ermee naar de berg van sint andre  

Wie  gaat ermee, wie gaat ermee naar de berg van sint andre.
En daar wonen zoveel hondjes en die leven daar in gloria, Victoria.

Wie  gaat ermee, wie gaat ermee naar de berg van sint andre.
En daar wonen zoveel poesjes en die leven daar in gloria, Victoria.

Wie  gaat ermee, wie gaat ermee naar de berg van sint andre.
En daar wonen zoveel kindertjes en die leven daar in gloria, Victoria.

 

Met m'n vingertjes, met m'n vingertjes  

Met m'n vingertjes, met m'n vingertjes
Met m'n platte platte platte platte hand.
Met m'n vuistjes, met m'n vuistjes.
Met m'n elle elle elleboog, pats!
                AU!